Schuif de crisis niet af op flexwerkers

Door de coronacrisis zijn honderd-duizenden flexwerkers hun inkomen verloren. Dit is het directe gevolg van de doorgeslagen flexibilisering die sinds 2003 gaande is, aangemoedigd door werkgevers en rechtse politici. 

Al jaren roepen rechtse partijen om het hardst dat de flexibele schil de motor is achter onze economie. In “flex-kampioen” Nederland zijn meer dan 3 miljoen flexwerkers, oftewel ongeveer een derde van de beroepsbevolking. Bedrijven hebben hier baat bij: In economisch goede tijden kunnen zij deze mensen inhuren, en in crisistijd net zo gemakkelijk weer afscheid nemen. Werkgevers kunnen daardoor meebewegen met de stand van de economie, waardoor zij niet in de problemen komen. 

Maar wat dit eigenlijk betekent is dat we de kosten van crises neerleggen bij een groep die toch al een beroerde uitgangspositie heeft. Flexwerkers verdienen namelijk gemiddeld genomen ongeveer de helft van wat werknemers in vaste dienst verdienen. En in een crisis staan ze vervolgens als eerste op straat. 

Dit zien we nu ook duidelijk gebeuren. Terwijl de overheid met tientallen miljarden bedrijven ondersteunt, hebben flexwerkers geen poot om op te staan. Groot-ontvangers van staatssteun zoals KLM, zijn in de eerste golf al gestopt met het verlengen van tijdelijke contracten. Uitzendkrachten hoefden niet meer te komen en ZZP’ers zien hun opdrachten opdrogen. De coronacrisis laat dus duidelijk zien hoe ongezond de afhankelijkheid van flexwerk is. 

Maar ook in normale tijden is de doorgeslagen flexibilisering enorm schadelijk. Voor veel mensen is het elke dag weer de vraag of ze de volgende dag nog wel aan het werk kunnen. Uitzendkrachten die bij ziekte direct hun uitzendbaan verliezen. Werknemers met een 0-uren contract, die bij gratie van de werkgever opgeroepen worden, hebben geen poot op te staan als deze besluit dat hij hen niet meer nodig heeft. En ZZP’ers, die door een crisis hun opdrachten op zien drogen, maar geen recht hebben op een uitkering, omdat hun opdrachtgevers hiervoor geen premie hebben betaald.

Deze onzekerheid is vanuit een sociaal perspectief onacceptabel. Onderzoek vindt dat mensen met een onzekere arbeidsrelatie meer stress ervaren en minder gelukkig zijn. Maar ook economisch gezien is dit schadelijk: werknemers met een flexibele werkvorm hebben een lagere arbeidsproductiviteit. Bovendien vallen zij vaker ziek uit – waardoor ook hun bijdrage aan de economie verloren gaat. Daarnaast is de grote flexibele schil ook schadelijk voor de onderhandelingspositie van alle andere werknemers: fatsoenlijke werkgevers die wel goede bescherming willen bieden moeten concurreren met werkgevers die al hun verantwoordelijkheden afschuiven. 

Jongeren werken relatief het vaakst in een flexibele constructie. Vaak wordt hierover gezegd dat jongeren dat zelf willen omdat zij die niet gebonden willen zijn aan een werkgever, maar de vrijheid willen hebben om te gaan en staan waar zij willen. En hoewel er natuurlijk zeker avontuurlijke mensen zijn die niet perse hun hele leven op dezelfde plek willen werken, betekent dat zeer zeker niet dat ze staan te springen om zonder enige zekerheid te werken tegen een inkomen onder het sociaal-minimum. En dat is precies waar de doorgeslagen flexibilisering toe leidt!

Dit moet anders – het moet eerlijker. Hier heeft de PvdA een plan voor. We moeten stoppen met de wildgroei aan contractvormen: het uitgangspunt wordt weer een vast contract. De onderbetaling van ZZP’ers wordt gestopt, door zelfstandigen het recht te geven om collectief te onderhandelen en minimumtarieven te hanteren. En iedereen die werkt moet verzekerd zijn tegen pech en een fatsoenlijk pensioen op kunnen bouwen. 

Dat komt zowel individuele werkenden ten goede als de economie als geheel!