De arbeidsmarktpositie van vrouwen

De afgelopen dagen krijg ik veel reacties op mijn flyer, brief en standpunten. Hierbij zitten veel leuke reacties, bijvoorbeeld van mensen die ik niet ken, maar die na het lezen van mijn brief laten weten mij een voorkeursstem te gaan geven. Uiteraard ontvang ik ook kritische reacties. Eén thema dat sterke – en vaak ook emotionele – reacties uitlokt is mijn standpunt dat het onacceptabel is dat vrouwen minder verdienen dan mannen.

Kort geleden kreeg ik nog terug vanuit mijn netwerk dat het een “hardnekkig probleem is dat mensen denken dat er een soort loonkloof moet worden opgelost die er niet meer is”. Dit hoor ik vaker in mijn netwerk. Mensen – vaak mannen – stellen dat het allemaal wel meevalt, goed te verklaren is omdat vrouwen minder werken, en als het al klopt dan hebben die vrouwen zelf gewoon steken laten vallen in hun carrière.

Daar ga ik graag op in. Want het is wel degelijk een hardnekkig probleem dat vrouwen en mannen geen gelijkwaardige positie hebben op de arbeidsmarkt.

Gecorrigeerde loonkloof

De discussie concentreert zich vaak rond de CBS-cijfers. Het gemiddelde uurloon van vrouwen is 14% lager dan dat van mannen. Hierop wordt vaak gesteld dat het een ongecorrigeerd uurloon betreft: het is verklaarbaar door de sector waar mensen in werken, doordat vrouwen op de arbeidsmarkt gemiddeld jonger zijn (omdat oudere vrouwen minder vaak werken) en door het feit dat mannen vaker dan vrouwen leidinggevende posities hebben. Gecorrigeerd voor dit soort factoren is het loonverschil nog maar 4 tot 7%.

Allereerst: een onverklaard verschil in loon van 4 tot 7% is enorm. Voor grote groepen mensen betekent dit het verschil tussen wél of niet rond kunnen komen. Bovendien is het gewoon oneerlijk.

Vrouwen werken in lager betaalde sectoren

Maar het probleem is veel groter dan deze 4 tot 7%. Eén van de factoren waardoor de gecorrigeerde loonkloof lager is dan 14% is de sector waarin mensen werkzaam zijn. Met andere woorden: vrouwen werken vaker in sectoren die slechter worden betaald. Voorbeelden zijn zorg en onderwijs, die beiden onderaan de beloningslijst bungelen en waar vrouwen respectievelijk 80 en 63% van het personeel uitmaken. Er zijn allerlei verklaringen te bedenken waarom vrouwen juist in de laagstbetaalde sectoren werken, zoals dat vrouwen meer waarde hechten aan een bijdrage te leveren aan de maatschappij dan aan een fatsoenlijk salaris. Maar de meest logische verklaring lijkt de “wet van Sullerot” – omschreven door de Franse socioloog Evelyne Sullerot in 1968: Hoe meer vrouwen gaan werken in een bepaalde beroepsgroep, des te minder aanzien het werk heeft. De financiële vergoeding die voor het werk gegeven wordt stijgt of daalt mee, al naar gelang deze status.

Vrouwen hebben minder vaak een leidinggevende positie

Een andere factor die de loonkloof verklaart is het feit dat mannen vaker dan vrouwen leiding geven. En daar hoort natuurlijk een hoger salaris bij. Slechts één derde van de leidinggevenden (op alle verschillende niveaus) is vrouw, terwijl het verschil in arbeidsparticipatie veel lager is. Dat is wel een statistische verklaring voor de loonkloof, maar tegelijkertijd ook een additioneel probleem voor vrouwen. Want uit onderzoek blijkt dat mannen in een management functie veel vaker een promotie of een hoge beloning toekennen aan mannen dan aan vrouwen (Cullen & Perez-Truglia, 2019). Met meer mannelijke managers worden vrouwen dus structureel benadeeld. Vrouwelijke managers maken trouwens géén onderscheid: die kennen mannen en vrouwen even vaak een promotie of bonus toe.

Vrouwen verdienen dus niet alleen minder, maar werken ook in sectoren waarin slechter wordt betaald en worden minder snel gepromoveerd. Dát is dus wel degelijk een hardnekkig probleem, te meer omdat vrouwen ook het merendeel van onbetaald werk op zich nemen (zorg kinderen, mantelzorg, huishouden).

Er moet dus nog echt veel gebeuren voordat mannen en vrouwen dezelfde positie op de arbeidsmarkt hebben, hetzelfde aandeel in onbetaald werk, en dezelfde vrije tijd.

De PvdA heeft veel plannen de arbeidsmarktpositie van vrouwen te verbeteren. Door uitbreiding van betaald vaderschapsverlof kunnen mannen een grotere rol op zich nemen in onbetaald werk. Zwangerschapsdiscriminatie moet worden tegengegaan, met strenge handhaving, die nu nog ontbreekt. En de loonkloof moet worden bestreden, onder andere door de bewijslast over gelijke beloning bij bedrijven neer te leggen. Ten slotte moeten de lonen in de zorg en het onderwijs omhoog. Dit is vooral nodig om een liefdevolle zorg en goed onderwijs voor iedereen te kunnen garanderen. Maar dit kan tegelijkertijd ook bijdragen aan een betere financiële positie voor de vele vrouwen die in deze cruciale sectoren werken.